media.dorusrijkers.nl |
Tweede bladzijde (.; 1924; eigen kollektie) Tekst:II Opa Rijkers vertelde maar weer verder. ?Nou dan, we waren bezig met die Renow. Ach man, d'r hadden wat menschen staan kijken. Mijn dochter, moet u weten, heeft heel wat uurtjes toen ik daar met de zee aan 't vechten hen geweest op den dijk gestaan. En angst dat ze gehad heeft ... Vooral toen we den laatsten keer erop uitgingen, 't Is mijn eenig eigen kind . .. Zóó moe was ik, dat ze me met heete koffie en cognac op mijn verhaal moesten brengen, 't Was me leelijk in de kleeren gaan zitten hoor en ik voelde de moeheid pas goed, toen de heele zaak afgeloopen was en ik weer naar huis ging. Van den toenmaligen Duitschen Keizer heb ik als blijk van erkentelijkheid een gouden horloge gekregen en in datzelfde jaar ontving ik van onze regeering de Nederlandsche Leeuw. In 1893 was 't een kwaaie winter; liefst drie schepen werden door den storm op de Haaksgronden gezet: twee Engelsche en een Deen. Een van die Engelsche was de ?Handle"; oh, maar dat heb ik je al verteld. Ja, drie en twintig man. Een paar dagen later kreeg ik een boodschap van den havenmeester of ik eens wou nagaan hoeveel Engelschen we al hadden gered. Ja, dat was nou iets. Ik wist 't niet meer hoor, had 't niet zoo precies geteld, maar mijn dochter wèl. want die had alle reddingen zoowel met mijn eigen vlet als met de reddingsboot, bijgehouden. Zij kwam tot de ontdekking, dat 't er maar liefst honderd en vijf en negentig waren geweest, in 1893. Hoeveel ''t er nou zijn weet ik niet meer. Maar enfin, ik kreeg weer een medaille met een getuigschrift. Voor dien tijd had ik er al een gehad van den Belgischen koning, het ,,burgerkruis" ook met een diploma". ,,Bij welke redding was dat?" ,,'t Zat zoo: een Belgische visscherschuit de ,,Fernandes" was met heel slecht weer op de Noorder Haaks vastgeloopen. 't Was bar, buiten. Vliegend stormweer ook en 't heeft ons veel moeite gekost om er bij te komen. Maar 't is dan toch gebeurd en al zeg ik 't zelf, 't moest al heel en heel erg zijn als 't ons niet gelukken mocht". ?Zooals bij de Renow". ,,Ja juist, toen hebben we een keer voor niets moeten varen .... Soms is 't te gek, zie je! ?Hier heb je een medaille met het portret van de koningin, die heb in 1907 gekregen met de redding van de ,,Nina Paton". Man, wat was dat ook een kwaaie redding. Een zwarte nacht, je kon geen hand voor oogen zien en als 't zoo ruw op het water is heb je de grootste moeite om de goede plaats te bereiken Je moet maar net weten hoe je ze hebben moet. Als je ze niet benaderen kunt boven de wind en boven stroom, nou dan hoef je eigenlijk gezegd niet verder te probeeren. Door de sleepboot laat je je altijd tot zoo kort mogelijk voor de branding sleepen en dan met 't zeil op als je met de vlet gaat, of indien 't de reddingsboot is met de riemen er op los de branding door en die is niet mis op de Haaks. De sleepboot blijft natuurlijk in heel water en zoo gauw als je weer terug bent breng je de schipbreukelingen daar aan boord. Met de ,,Nina Paton" was 't al heel erg. Ze zat op de Razende Bol en de golven, huizen hoog, sloegen over het schip en beukten 't ongenadig. De bemanning hebben we er toch afgehaald. Zeven en dertig man, geeneentje te min. 't Is natuurlijk niet in één keer gegaan en toen we de laatste menschen van het schip gingen halen hadden we heel wat te stellen. Man, we hadden zoo 'n werk om eigen lijf te bergen, want 't was vreeselijk wild op het water en als je dan zoo kort bij het wrak ligt heb je veel kans om er tegen aan gesmakt te worden. Dan, daar kun je op rekenen, blijft er noch van redders noch van geredden veel over. Niet alleen dat je de kwade kans loopt tegen het schip geslagen te worden ook het drijvende wrakhout is een gevaar voor de reddingboot. 't Komt allemaal zoo hard aan met zulk wild weer. Dat is wel een van de moeilijkste dingen om. wanneer je het gestrande schip genaderd bent er zonder ongelukken langszij te komen. Als je nou maar een lijn te pakken kan krijgen schiet je al een aardig eind op. Zijn de menschen eenmaal in je boot dan weer de moeielijkheid om zonder ongelukken wèg te komen. Toen kon ik niet anders dan de boot d'r kop recht op de golven te houden. De sleepboot was ons kwijt geraakt, hoewel 't al klaar dag was, dus kun je wel nagaan wat voor honden-weer 't geweest moest zijn. Ik zag evenmin kans om bij de ,,Hercules" te komen en dus besloot ik maar te probeeren om op eigen gelegenheid den wal te bereiken. 't Was een mirakels gewaagd stukje, maar mij n mannen zijn er goed in geslaagd de gevaarlijke punten te passeeren en na heel veel tobben kwamen we alleen thuis. Anderhalf uur later kwam de sleepboot de ?Hercules" binnen zetten en de kapitein zette een zeer somber gezicht. Hij dacht niet anders dan dat onze boot omgeslagen was en wij allemaal naar de haaien waren. Hij had geen spoor meer van ons kunnen terugvinden. Je had hem moeten zien kijken toen we daar aan den wal stonden ...." ,,De roeiers in de reddingboot. dat moeten toch ook flinke kerels zijn," zeiden wij terloops ,,Nou, of dat flinke jongens zijn. Ze wisten trouwens ook wat ze aan mij hadden. Nooit deden ze iets tegen mijn zin, wou ik niet hebben hoor. want ik was commandant en zooals ik zei moest 't gebeuren. In sommige gevallen, ach, dat komt ergens anders ook wel voor, dan zou de een zus en de ander zoo willen en als je je dan aan allemaal stoort komt er niets van terecht." Opa Rijkers, zooals hij niet alleen thuis, doch door jong en oud in Helder genoemd wordt, rustte een poosje en zocht het een en ander op zijn 'lijst, waarover nog wat te vertellen zou zijn. ?In 1911", ging hij voort, nadat-ie zijn bril wat hooger op z'n neus geschoven had, ,,in 1911 verging er een mooie Duitscbe schoener, de Elfride, op de Razende Bol, mijnheer, verbazend zooals 't daar spoken kan. Dat schip was nog zoo goed als nieuw, pas zes maanden oud. Ja, je mag 't gerust opschrijven, t is de waarheid. We gingen maar weer in de boot, maar als je denkt, dat we er maar regelrecht op af te varen hadden, dan vergis je je. 's Avonds nog vóór zevenen gingen we achter de ?Hercules" zee in, maar eenmaal los werden we als 't ware op de branding teruggekaatst. Telkens maar weer werden we een eind opzij gezet en moesten we opnieuw |
|
[ Hoofdpagina ] - [ Disclaimer ] |