|
Principe van de keerkoppeling (=KK)
(n.v.t.; 1955; eigen kollektie)
Dit is niet exact de tekening van onze KK, maar het lijkt er veel op. De tekening van onze KK is niet reproduceerbaar. Ook zijn de foto's van onze KK van BB genomen en is deze tekening een langsdoorsnede met aanzicht van SB. VRIJLOOP (zoals op de tekening) Motoras A is verbonden met het vliegwiel en draait. De lamellen (wrijvingsplaten) G' zijn verbonden met as A en draaien mee. Er is geen kontakt tussen de lamellengroepen G en G'. De lamellen G enz. worden dus niet meegenomen. Kegelwiel C' draait mee met motoras A. Schroefas B wordt geremd door het water rond de schroef en staat (vrijwel) stil. Hetzelfde geldt voor het hiermee verbonden kegelwiel C. Rondsels D, D', enz. draaien dus met halve snelheid in dezelfde richting mee, evenals het daaraan via de asjes E verbonden huis van de koppeling. De remband F ligt in dit geval vrij van de behuizing. VOORUIT (niet op tekening aangegeven) De handel H wordt naar links bewogen en neemt de bus J mee. Via het conische deel van de bus J worden de pallen K naar buiten bewogen. Hierdoor worden de lamellen G en G' stevig tegenelkaar gedrukt. De lamellen G zijn via de spie M verbonden met de behuizing. De rotatie van de motoras A wordt via de lamellen G en G' overgebracht op de behuizing die met dezelfde snelheid en richting meeroteert. De rondsels D, D' worden via het asje E meegenomen. Kegelwiel C gaat met dezelfde snelheid en richting als kegelwiel C' en schroefas B draaien (1:1 koppeling oftewel 'prise direct'). Ook in dit geval is er geen kontakt tussen de remband F en de behuizing. ACHTERUIT (niet op de tekening) Handel H wordt naar rechts verplaatst. Via een oploopmechaniekje wordt de remband F strak om de behuizing getrokken. Deze trommel staat stil. De lamellen G en G' zijn niet in kontakt. De rotatie van motoras A wordt via het kegelwiel C' en de rondsels D en D' overgebracht naar het kegelwiel C en daarmee naar de schroefas B. Omdat de rondsels via de asjes E verbonden zijn met de stilstaande behuizing, blijven zij op hun plek en gaan ronddraaien rond de asjes E. De rotatie van het kegelwiel C' wordt omgezet in een evengrote, tegengestelde rotatie van kegelwiel C, en dus van de schroefas B. Ook bij achteruitslaan is er dus geen reduktie van de omwentelingssnelheid tussen de motoras A en de schroefas B. [tekening uit: Calorische werktuigen, deel III - Verbrandingsmotoren; Bouma Nieuwenhuis, D.; Zeedijk, W; J.B. Wolters uitgeverij, Groningen/Djakarta; vijfde druk; 1955. Uitgave in de serie: Het Nijverheidsonderwijs; red. van Sluyters, B; van Zelm, J.W. ] [dec. 2007]
< Vorige |
^ Terug naar overzicht
| Volgende >
|