|
Artikel Helderse Courant 08.09.2006
(.; 2006; eigen kollektie)
tekst: Reddingmuseum blij met aanwinst
Motorstrandreddingboot Johan de Witt keert terug in Helderse handen
VAN ONZE VERSLAGGEVER DEN HELDER - Hij was slechts even in Helderse handen, maar krijgt na restauratie straks wel een ligplaats in Nieuwediep. De voormalige motorstrandreddingboot Johan de Witt (1941) wordt 30 september in Hindeloopen door eigenaar Jan Heuff overgedragen aan Nationaal Reddingmuseum Dorus Rijkers. „Het schip heeft in onze stad nooit een actieve rol vervuld, toch zijn we heel blij met deze uitbreiding van onze collectie", aldus Reddingmuseum-directeur Henk Stapel. Die bestaat nu uit vijf boten: de Prins Hendrik, Tjerck Hiddes, Insulinde, Javazee plus Johan de Witt.
Rondvaarten „We zijn van plan er rondvaarten mee door de Binnenhaven te verzorgen", maakt hij de toekomstige functie van de nieuwe aanwinst duidelijk. „En dadelijk, als er een jachthaven is en de Helderse sluizen open kunnen, mogelijk door de buitenhaven." Heuff, fotograaf/journalist en verstokt Waddenliefhebber, ruilde in 1996 een zeilboot voor de Johan de Witt onder de rook van de Hoogovens in IJmuiden. „Dat was niet mijn bedoeling, maar ik liep er tegenaan en kon best een bootje gebruiken die beter het wad op kon", aldus de s8-jarige Terschellinger. De bijna tien meter lange viertons reddingboot, gebouwd bij de Alkmaarse werf Nicolaas Witsen & Vis in een serie van zes, werd in dienst gesteld in Hindeloopen, was van '42 tot '56 actief op Schiermonnikoog en sleet zijn laatste jaren op Vlieland, Terschelling en in Nijkerk. Nieuwedieper C. Vader was tot medio jaren zestig eigenaar van het vaartuig, dat 29 keer uitvoer en veertien mensenlevens redde. De volgende bezitters turnden het schip om tot motorjacht. „Oude 'Heldernaren' moeten de boot nog kennen, maar door het geweld van de snijbrander en slijptol zijn de meest karakteristieke elementen verdwenen", aldus Heuff, die het idee had de Johan de Witt zelf te restaureren. „Ondanks de vele gaten die erin zaten, leek me dat te doen. Enkele werven zagen ook mogelijkheden om de boot in oude luister te herstellen, maar hij heeft daar alleen buiten de deur gestaan." Heuff kwam in contact met Sip Wiebenga, directeur van de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (KNMR) en tevens bestuurslid van het Reddingmuseum. Die opperde het idee het vaartuig te kopen om restauratie mogelijk te maken. Omdat Heuffs belang was dat de boot in originele staat zou terugkeren, schonk hij het museum het nautisch monument. „Zelf had ik de kajuit en stuurhut er al vanaf gehaald, de Johan de Witt had een open romp. Daarna zijn de restauratieplannen echt van de grond gekomen. Die is nu praktisch voltooid." De renovatiekosten bedragen circa tachtig mille, bekostigd uit donaties van het VSB- en Dorus Rijkersfonds. De opknapbeurt is mede mogelijk gemaakt door vrijwilligers, ook van de KNRM en het Reddingmuseum.
Dunne plekken „Een groot deel van de huid- en bodemplaten is bij jachtwerf De Wit in Akkrum vervangen. Er zaten flink wat gaten en dunne plekken in het ijzer. Dat is ook met schotten, dekken en motorkap gebeurd", aldus Heuff. „De rubberen fenders die er vanaf waren gehaald, zijn terug. Die hebben we van 's werelds oudste ijzeren reddingboot, de Rutger van Rozenburg, gehaald. Daar zaten ze op, terwijl die fenders origineel van touw zijn. De moeilijkste klus was de juiste ronding terug te krijgen." Heuff hoopt dat de Johan de Witt mooie dingen gaat doen in Den Helder, welke naam met witte letters op het reddingboot-blauw is geverfd. „Als ik er ben, stap ik zeker een keertje op." Stapel heeft wilde plannen met de boot. „Het amfibisch transportschip Johan de Witt, die voor de marine in Vlissingen wordt gebouwd, maakt binnenkort een proefvaart op het Marsdiep. Het zou fantastisch zijn als we met de 'kleine' Johan de Witt een keer langszij afmeren."
Onderschrift bij de foto: Vervende vrijwilligers leggen de laatste hand aan motorstrandreddingboot Johan de Witt. FOTO JAN HEUFF
< Vorige |
^ Terug naar overzicht
| Volgende >
|